|
Cecil
Taylor 1929- piano
Cecil Taylor is geboren in New York. Zijn moeder is
danseres en speelt piano en viool. Zij sterft als Cecil nog erg jong
is. Vanaf zijn zesde jaar krijgt Cecil pianolessen. Hij studeert aan
The New York College of Music en volgt vier jaar lang lessen aan The
New England Conservatory. Daar maakt hij kennis met de muziek van
pianist Dave Brubeck; met name van zijn accoordspel steekt hij heel
wat op. Andere invloeden zijn Bud Powell, Horace Silver, Duke
Ellington en Erroll Garner. In de jaren vijftig werkt Cecil als
pianist in groepen van Johnny Hodges en Hot Lips Page. De volgende
stap is een eigen groep, met daarin Steve Lacy (sopraansax),
Buell Neidlinger (bas) en Dennis Charles (drums). In
1956 speelt de groep als eerste vaste band in The Five Spot Cafe.
In 1957 speelt hij met zijn groep op het Newport Jazz Festival
en wordt ingedeeld bij de 'Experimental Afternoon'. Zijn
muziek is dan al gegroeid van 'gewone' jazz naar een abstractere
muziekvorm met invloeden uit de moderne, klassieke twaalftoonsmuziek
en de experimentele etnische muziekstijlen. Begin jaren zestig staat
Cecil bekend om zijn totaal vrije spel, waarbij hij tonaliteit en
structuur loslaat. Hij is daarmee in feite een
van de boegbeelden van de free jazz, maar krijgt die erkenning niet,
omdat Ornette Coleman die eer te beurt valt door zijn opmerkelijke
optredens. Het gevolg is dat hij naast muziek maken een baan heeft
als 'afwaskracht'. In 1961 speelt hij opnieuw in The Five Spot, nu met
saxofonist Archie Shepp. Het jaar daarop toert hij zes maanden lang
door Europa, met Jimmy Lyons (altsax) en Sunny Murray (drums). Net
als veel andere muzikanten komt hij in Kopenhagen, speelt veelvuldig
in Cafe Montmartre en neemt er twee platen op. Hij ontmoet er Albert
Ayler, ze treden samen op en besluiten ook in de Verenigde Staten
hun samenwerking voort te zetten. Tot 1963 zijn ze ls duo
actief, vervolgens treedt er een jaar durende stilte op. In 1964
richt Cecil met musici als Roswell Rudd en Archie Shepp het Jazz
Composers' Guild op. De bedoeling van dat 'gilde' is betere
werk- en concertomstandigheden te scheppen om hun wat men inmiddels
'compromisloze muziek' noemt aan een breder publiek te kunnen
laten horen. Veel muzikanten worden door Cecil beïnvloed, maar hij
komt in deze epriode nauwelijks tot spelen. Wel wordt hij steeds
vaker in het buitenland gevraagd. In 1968 treedt Sam Rivers (saxen,
fluit) toe tot de groep en blijft tot 1973. The Cecil Taylor Unit
speelt veelvuldig in Europa, maar Cecil is minstens net zo actief
als solist. In 1975 is hij terug in The Five Spot, nu met Jimmy
Lyons en Andrew Cyrille (drums). Zijn steun aan musici blijft niet
onopgemerkt, daarom krijgt hij vanaf 1970 regelmatig verzoeken te
fungeren als gastdocent in academische kringen en krijgt in
1973 zelfs een Guggenheim Fellowship. Wellicht door het werk
van zijn moeder heeft Cecil een zwak voor dans: "I try to imitate
on the piano the leaps in space a dancer makes." In 1977 en 1979
werkt hij samen met danseres Dianne McIntyre en componeert Tetra
Stomp, een twaalf minuten durend balletstuk. In datzelfde jaar
geeft hij met zijn Unit een tiendaagse workshop in The Creative
Music Studio, New York. De Cecil Taylor Unit bestaat nu uit: Jimmy
Lyons, Ramsey Ameen (viool), Alan Silva (bas) en Jerome Cooper
(drums). In dezelfde periode heeft hij twee duo-concerten in The
Columbia University met slagwerker Max Roach. 1988 is voor Cecil een
nieuw hoogtepunt: in Berlijn wordt een heel festival ter ere van hem
gehouden. Cecil geeft er lessen, treedt op met een kleine- en een
bigband, speelt solo en componeert nieuwe stukken. Alle muziek
verschijnt op maar liefst tien cd's. De laatste jaren geeft hij
voornamelijk soloconcerten, maar is incidenteel te vinden in The
Feel Trio met William Parker (bas) en Tony Oxley (drums). Cecil Taylor heeft met zijn muziek een heel eigen pad gevolgd. De
muziek is niet gemakkelijk, waardoor hij niet altijd goed begrepen
is; tijdenlang is hij zelfs genegeerd. Hij heeft zeker in zijn
beginperiode, naast de eerder genoemde invloeden, een zwak voor
Europese klassieke muziek. Echter hoe meer hij speelde hoe meer hij
ontdekte dat zijn muziek ook Afrikaans is: blanke Europeanen
behandelen de piano zacht, maar in zwarte muziek is de piano een
soort percussie-instrument, waarop wordt geklopt en getimmerd. Cecil
probeert beide stromingen in zijn eigen muziek samen te laten
smelten, waardoor een geheel eigen virtuoze stijl ontstaat. Zijn
'exploraties' op de piano zijn een soort ontdekkingsreizen.
tijdens zo'n reis kan hij de spanning urenlang volhouden, waarbij
intens zachte of hamerend harde muziek elkaar afwisselen. Zijn
muziek straalt energie uit en met goede muzikanten in zijn band
wordt die nog eens verveelvoudigd. Naast erkenning voor zijn zijn muziek krijgt Cecil de laatste jaren
ook meer erkenning voor zijn gedichten, die hij overigens soms bij
concerten voordraagt.
Het is
letterlijk uitdagende muziek die zelfs in 2005 nog steeds meer
aandacht verdient. |
 |