nederland

Jazz in Nederland begint rond 1920. James Meijer, Amsterdams dansleraar, reisde naar Londen voor nieuwe dansimpulsen en hoorde daar The Original Dixieland Jazz Band. Dat leidde in Nederland tot James Meijer's Jazz Band. De eerste echte jazz was in 1925 te horen, toen The Georgians hier hun hot-jazz lieten horen. Jazz druppelde binnen via 78-toeren platen en door uitzendingen van de Hilversumsche Draadlooze Omroep, of de Haagse zender PCGG. Mede door de laatste was jazz rondom Den Haag erg populair. Het eerste echte jazzorkest was de Haagse Royal Dancing Band van pianist John van Brück. Het sweet en hot orkest heeft een vaste plek in de Cave  Dancing (heuse druipsteengrot met watervallen) in de Wagenstraat. De Royal Dancing band kent leden als Sem Nijveen en Jack Bulterman en heeft op een bepaald moment zelfs vier saxen. De tweede belangrijke jazzband is het Resonance Five Dance Orchestra (1923). Na anderhalf jaar komt er een nieuwe pianist in het orkest: Theo Uden Masman. Na enige meningsverschillen in het Orchestra splitste een deel zich af en nam een andere naam aan: The Original Ramblers. Die band bestond toen naast Theo uit ondermeer Louis de Vries, de Nederlandsche Louis Armstrong, gitarist Jacques Pet en drummer Kees Kranenburg. Echte jazz speelden ze niet, de swing zat er ook niet echt in, dat veranderde na gastoptredens van beroemdheden als Benny Carter en Coleman Hawkins. The Ramblers, het original verdween uit de naam, werden al snel het populairste orkest van Nederland, zelfs in de moeilijke oorlogsjaren ging het naar omstandigheden uitstekend. Niet alle critici vonden The Ramblers ook de besten. Die eer was eerder voor Klaas van Beeck's A.V.R.O. Dansorkest en de muziek van Lex van Spall. Het Dansorkest benaderde de muziekkwaliteit van de orkesten van  Fletcher Henderson's of Paul Whiteman. The Ramblers bleven doorgaan tot 1963. De laatste variant had ene Rob de Nijs in de gelederen en dat bleek niet zo'n succes. Klaas van Beeck werkte nog een tijd voor de KRO met het Groot KRO Amusementsorkest. Dat bleef hij doen tot 1965 toen de omroep hem aan de kant schoof om een jonger publiek te trekken.
 


Piet Noordijk


The Royal Dancing Band

 


The Original Ramblers (1930), Theo Uden Masman-staand

 


Ernst van 't Hoff (rechts) met zijn toporkest

Men zegt wel eens dat de beste swingmuziek in de oorlogsjaren te horen was, specifieker in Berlijn. Eigenlijk viel jazz onder Entartete Musik, maar zorgde tegelijkertijd wel voor een afleiding voor de vele soldaten. Nederlandse dansorkesten waren erg populair in Duitsland. Het orkest van Ernst van 't Hoff speelde er echte Amerikaans aandoende swing. In 1942 willen een aantal muzikanten niet meer naar Berlijn. Pianist Dick Willebrandts neemt het van Ernst over en vormt een eigen orkest. Zijn arrangeurs, Pi Scheffer in Artie Shaw- en Glenn Millerstijl en Boy Edgar in Jimmy Luncefordstijl, zorgden voor fraaie muziek. De bigband is zo goed dat Decca hen een platencontract aanbied, inclusief promotietournee. Wat toen niet bekend werd gemaakt was dat de subliem klinkende muziek als propagandamateriaal gebruikt werd. Vanwege deze actie, opgevat als collaboratie, mag Dick na de oorlog geen orkest meer leiden. Pi Scheffer zet het werk voort met als bandnaam: The Red, White and Blue Stars. Die naam werd na een jaar omgedoopt tot AVRO Dansorkest The Skymasters en nog later tot The Skymasters. De band wordt als snel de meest populaire van het land en dat neemt zelfs toe als Greetje Kauffeld als bandzangeres optreedt.
Na de oorlog vond in Nederland the jazzrevival zijn weerklank en leverde daarmee een bands op als the Dutch Swing College Band en the Dixieland Pipers. Dat in Amerika de Bop al enige tijd bestond was nog niet doorgedrongen omdat het erg moeilijk was platen te importeren. Pete Felleman, die met Swing and Sweet een eigen radioprogramma had, liet echter platen illegaal importeren door bevriende KLM-piloten. In zijn programma was daardoor in 1947 naast bekende swing voor het eerst Ornithology van Charlie Parker te horen.
Dat Bop in Nederland aanslaat blijkt uit bands met muzikanten als Nedly Elstak en Rob Pronk. Populair waren The Millers. In eerste instantie een swinggroep met pianiste Pia Beck, later, na toetreden van Herman Schoonderwalt en Cees See een groep met een moderner geluid. Toonaangevender werd een andere band: trompettist Cees Smal verliet in 1952 The Millers en begint een eigen band: The Diamonds. Na wat wisselingen ontstaat een band rondom Cees Smal met pianist Cees Slinger, tenorsaxofonist Harry Verbeke, bassist Dick van de Capellen en slagwerker John Engels. Omdat de naam lijkt op doe van het populaire zangduo The Blue Diamonds wordt deze aangepast in The Diamond Five. De band wordt het huisorkest van de belangrijkste Amsterdamse jazzclub Sheherazade, door het publiek kortweg de Zade genoemd. The Diamond Five begeleid in die Zade onder anderen Stan Getz en Cannonball Adderley. Na 1962 was de club niet meer populair en werd verkocht.

 


Rita Reys

Wessel Ilcken

Een erg belangrijke rol in de Nederlandse jazzmuziek speelde Wessel Ilcken. Drummer Wessel was getrouwd met zangeres Rita Reys. Ze traden veel op, ook in het buitenland. Het Wessel Ilcken Sextet was daarmee een van de belangrijke jazzbands. Wessel was erg actief in de Nederlandse jazzscene en zorgde onder andere voor de beroemde Jazz Behind  The Dikes platen, in een poging de Nederlandse muziek internationaal te promoten. Helaas overleed hij vrij jong. Rita vond een nieuwe begeleider en later zelfs partner in Pim Jacobs met zijn Pim Jacobs Trio. Pim en Rita zorgde voor talloze optredens voor radio, TV en op scholen. Jazz bloeide in het land en er waren talrijke jazzclubs. In Amsterdam bijvoorbeeld Casablanca, waar iemand als Kid Dynamite speelde, de Bohemia en Arti en Famos.

 
The Millers


The Diamond 5


Misha Mengelberg

De vrijheid in de jazz (en daarbuiten) vond in Nederland een goede voedingsbodem en daarmee begint en bijzondere, maar ook chaotische periode. Met name rietblazer Willem Breuker, pianist Misha Mengelberg en slagwerker Han Bennink verlegden per concert hun grenzen. Hun muziek werd bestempeld als het gekwaak van een eend of als elk ander stadsgeluid en kreeg al gauw de benaming: "piep piep knor". Dat laatste vermoedelijk door Willem's experimenten op de basklarinet. Het trio ging tekeer onder de naam Instant Composers Pool, of kortweg ICP. De naam alleen al gaf voldoende indicatie over de muziek; dat was van alles, maar mocht geen jazz genoemd worden! Willem's ideeën gingen verder richting theater, met als gevolg een afsplitsing en de oprichting van het succesvolle Willem Breuker Kollektief. Om zijn muziek in eigen beheer te houden richtte Willem een eigen platenmaatschappij op: BVHaast. Het label leverde heel wat gedenkwaardige albums op in vaak nog gedeknwaardigere hoezen. Een bijzonder voorbeeld is de lp Live in Shaffy in een driehoekformaat. Niet in welke kast dan ook op te bergen. Kunst? Ja! De vruchtbare Nederlandse klei leverde heel wat bijzondere gewassen op: drummer Pierre Courbois had zijn Free Music Quartet en was later een van de eersten die een jazzrock groep leidde, PC Association (met o.a. pianist Jasper van 't Hof); Hans Dulfer scheurde als een bezetene op zijn sax, geïnspireerd door Albert Ayler, maar werkte later met Surinaamse muzikanten aan de zogenaamde Paramaribop; rietblazer Theo Loevendie zocht binnen kwartet en kwintetten zijn vrijheid en vond die in Turkije, zijn muziek kreeg daardoor een steeds oriëntaalsere inslag. De Nederlandse jazz kreeg zelfs een eigen 'thuis' in de vorm van het Bimhuis in Amsterdam.


Willem Breuker en Han Bennink New Acoustic Swing Duo

 


Theo Loevendie (links) en Nedly Elstak (rechts)
 

Na de woelige jaren zestig was de hele Nederlandse jazzscene overhoop gegooid, maar was er enorm veel belangstelling voor jazz en dan niet alleen de piep-knor variant die in feite ook steeds gedateerder en contrastlozer overkwam. De huidige generatie jazzmuzikanten spelen dwars door alle genres heen. Altsaxofonist Benjamin Herman bijvoorbeeld speelt niet alleen in zijn jazzdanceband New Cool Collective, maar ook met een jazzkwartet, met de popgroep Total Touch, met de Cubaans/Amsterdams band Cubop City Big Band. Er ontstaan zo allerlei los-vast-verbanden, kleine groepen, bigbands en veel bands waar iedereen in lijkt te spelen, maar zelden op hetzelfde moment. Er is genoeg potentieel: The Houdini's, the Jazz Orchestra of the Concertgebouw Band onder leding van Henk Meutgeert (met als basis het Amsterdamse Concertgebouw), pianisten Michiel Braam, Michel Borstlap. Ook vrouwen roeren zich goed: altsaxofoniste Vera Vingerhoeds, en natuurlijk de dochter van Hans: Candy Dulfer (altsax), gitariste Corry van Binsbergen, trompettiste Saskia Laroo.
Er is erg veel te melden over onze nationale jazzhistorie, maar dat gaat voor deze site (voorlopig) te ver. Een uitgebreidere geschiedenis is te vinden op de website van het Nederlands Jazz Archief.

Bronnen voor het Nederlands deel van mijn website waren naast de vele knipsels, tijdschriften en pockets vooral:

  • De Geschiedenis van de Nederlandse Jazz door Hans Dulfer en Eddy Determeyer, uitgeverij de Bijenkorf, 1998

  • Jazz & Geïmproviseerde Muziek in Nederland, eindredaktie Wim van Eyle, uitgeverij Het Spectrum,  1978

  • www.jazzarchief.nl

Foto's op dit sitedeel: © Nederlands Jazz Archief