fusion

Eind jaren zestig kwam de jazzmuziek in een grote crisis. Ondanks alle vernieuwingen werd de muziek die ooit geassocieerd werd met rebellie, drugs, alcohol en sex over het algemeen braaf gevonden; was zelfs respectabel geworden. De freejazz, veelal omarmd door intellectuelen, had de liefhebber van de modale muziekstijl vervreemd. Jazzmuziek was "muziek voor een oudere generatie" geworden, tenminste dat vonden de jongeren, die meer zagen in de wilde muziek van bijvoorbeeld The Beatles. De populaire nieuwe muziekstijl werd pop- of rockmuziek genoemd. En al heel snel werd juist die muziek geassocieerd met sex en drugs en daarmee mateloos populair bij de nieuwe jonge generatie.
Dat jazz aan populariteit verloor was niet alleen aan de platenverkoop te merken,  artiesten als John Coltrane of Miles Davis speelden voor halfvolle zalen en dat was ongekend! Niet voor niets had Downbeat in 1967 een shockerende kop op haar omslag.
De platenmaatschappijen zagen de ontwikkeling somber tegemoet. Hun oplossing: probeer mee te liften op het succes van rock. Miles Davis was een van de eerste jazzmusici die probeerde rock-invloeden in zijn muziek op te nemen. Het resultaat werd In a Silent Way, gevolgd door Bitches Brew in 1970.


 

 

 


De laatste werd een van de best verkochte jazzplaten ooit. Het gebruik van elektronica, lange rockachtige ritmes en experimenten met Indiase muziekinvloeden sprak de jongeren aan. Een nieuwe jazzstijl was geboren: jazz-rock.
Van de zijde van de rock werd overigens ook druk geflirt met jazz, met name de wat "intellectueler overkomende" groepen als Soft Machine en Frank Zappa's Mothers of Invention doordrenkten hun muziek met een flinke portie jazz. Frank Zappa was een van de eerste rockmusici die een rock-jazz plaat maakte: Hot Rats. Deze plaat was met name in Europa zeer populair.

 Jazz as we know it is dead!

Omslag van Down Beat,
5 oktober 1967

Bitches Brew bleek, achteraf gezien, de  broedplaats van de jazzrock. Op de plaat speelden onder anderen Herbie Hancock, Joe Zawinul, Chick Corea en John McLaughlin mee. Al deze musici richtten later eigen jazzrockbands op en waren stuk voor stuk uiterst succesvol. Pianist Chick Corea richtte in 1972 Return to Forever op. Het geluid van RTF werd gedomineerd door Latijns-Amerikaanse invloeden. De Engelse gitarist John McLaughlin bracht niet alleen zijn virtuositeit in de muziek maar ook een behoorlijke dosis Oosterse Religie. Zijn band, het Mahavishnu Orchestra, werd alom beschouwd als superband. Pianist Herbie Hancock werd bijna een rock-idool. Zijn groep The Headhunters had met Chameleon een regelrechte Top40 hit. Later deed hij dat nog eens over met een nieuwe hit: Rockit. Was zijn 'oudere' jazz al erg ritmisch, middels het gebruik van synthesizers zocht Herbie Hancock de meer pop-georienteerde richting op. Recentelijker grijpt hij overigens weer terug op de modale jazz en speelt bijna alleen nog maar acoustisch piano.

 

 


Herbie Hancock


Miles Davis

 

"I thought it would be good if I could get all these young people together listening to my music and digging the groove."

Miles Davis

 


Chick Corea

Weather Report (1970-1986)werd zowel een van de meest succesvolle jazzrockgroepen als de jazzrockgroep met het langste leven. De basis van de groep bestond uit keyboardspeler Joe Zawinul en saxofonist Wayne Shorter (beiden ex Miles Davis). Weather Report kende veel verschillende bezettingen, maar de meest populaire en misschien ook wel de beste was de band met basgitarist Jaco Pastorius. De meest verkochte plaat is Heavy Weather. Weather Report's muziek bestaat uit een virtuoos gespeelde  mengelmoes van stijlen: de al genoemde jazz en rock, dansritmes en etnische invloeden. Het gaf de band een specifiek en herkenbaar geluid zonder daarbij iets in te leveren aan kwaliteit. Juist de extremen op de diverse platen maakten het geheel meer dan boeiend.


Weather Report live

Jazzrock was gedurende korte tijd erg populair. De virtuositeit van de muzikanten had echter een groot nadeel: voor veel fans verdween het gevoel uit de muziek. Het etaleren van het muzikle kunnen leverde regelmatig langdradige solo's op. Erger was dat al die solo's de structuur uit de muziek haalde. Een ander aspect was de status van de musici. Veel muzikanten hadden of kregen last van hun ego, waardoor het samenspel niet eens meer van de grond kwam. Door al deze problemen werd de term jazzrock of rockjazz wat beladen. De produkten werden nu door de platenmaatschappijen verkocht onder de noemer fusion. Het argument daarbij was dat er in de muziek veel meer te horen was dan jazz of rock. Voor een deel klopte dat wel. Bands als Weather Report maakte veelvuldig gebruik van etnische muziek of samples  ervan. Dat kreeg uiteraard navolging. Halverwege de jaren tachtig was de grootste groep fusionmuzikanten terug bij de modalere jazz en speelden veelal akoestisch.


John McLaughlin

In Europa leidde de fusion tot het oprichten van ECM-records. Het label leverde prachtige platen gestoken in herkenbare hoezen. Fusie was hier inderdaad het startpunt, maar de diverse fusies hadden een sterk folkloristisch karakter. Muzikanten uit Scandinavië bijvoorbeeld hadden een heel eigen kijk op jazz . Gitarist Pat Metheny's eerste platen werden ook opgenomen voor dit label. Die platen hadden een bijna country-achtige uitstraling, maar wel geheel passend binnen de jazznormen. De Duitse bassist Eberhard Weber maakte gebruik van minimale muziek en orkesten. De beste benaming voor de meeste ECM-platen is: soundscapes.