| free jazz |
|
Aan het eind van de
jaren vijftig stond de jazz opnieuw voor een omwenteling. Er waren veel
muzikanten die naar hun gevoel de grenzen van de hard-bop bereikt
hadden. Om de uitdaging in het spel te blijven houden werd de muziek harder
en agressiever. Maatschappelijk en politiek gezien werden met name
zwarte artiesten zichzelf bewust van hun kleur en de daaraan gekoppelde
maatschappelijke positie van underdog. The Great Black Movement
ontstond, politiek gesteund door Black Power. Het werd steeds
moeilijker om politiek en muziek gescheiden te houden. Veel
jazzartiesten speelden (veelal gratis) op politieke bijeenkomsten.
Black is Beautiful. Het Art Ensemble of Chicago omschreef hun muziek
later zelfs als "Great
Black Music". Op zoek naar het mooie van de zwarte muzikant kwamen veel musici terecht bij hun Afrikaanse roots. Die h/erkenning had een duidelijke invloed op jazz. Een aspect was dat een belangrijk accent kwam te liggen op Afrikaanse ritmes. Veel muzikanten gingen zelfs naar Afrika om het land van hun ouders' herkomst te herontdekken. De Afrikaanse cultuur gaf jazz nieuwe impulsen, zowel wat betreft een muzikale uitwisseling als kleding. De westerse jazzmuziek werd steeds diverser en de invloed van Afrikaanse instrumenten nam ook in Amerika en Europa toe. Parallel aan bovenstaande ontwikkeling loopt een andere: muzikanten zochten de grenzen van de harmonie en het ritme binnen de jazz op. Jazz wordt daardoor veel vrijer; zowel harmonie als ritme worden losgelaten. Wat overblijft is een klankrijkdom vol onverwachte wendingen, die soms te volgen is als een ontdekkingsreis. Deze nieuwe jazz klonk volgens velen nog maar weinig als echte jazz. Meest radicaal was Ornette Coleman. ![]() Ornette Coleman en Don Cherry Hij werd zelfs zo 'anders' genoemd dat hij een keer betaald kreeg om niet te spelen. Zijn platen The Shape of Jazz to Come (1959) en Free Jazz (1960) waren het vertrekpunt voor een nieuwe generatie en bezorgde de nieuwe stroming haar naam. Vrije muziek gaf in dit geval ook een vrij uiterlijk: het kostuum werd overboord gezet en de haardracht werd, overigens conform de tijdgeest, langer, het gezicht vaker dan niet voorzien van snorren en baarden in vele varianten. |
|
Veel muzikanten kwamen
door deze vrije ontwikkeling in de problemen. Moesten ze nu kiezen voor
de modale jazz van bijvoorbeeld Miles Davis of voor de vrije jazz van Ornette Coleman. Met
name de hooggetalenteerde muzikanten zochten de vrijheid op. Soms nog stevig
geworteld in de bop of blues kwamen musici als Charles Mingus
|
|
Dizzy Gillespie |
||
|
|
||
|
|
||
|
Hal Russell |
||
|
|
Philip Larkin, |
|
| De vrijheid in de jazz bleef niet beperkt tot muziek zelf en secundaire aspecten als kleding en uiterlijk. Ook de plek waar jazz gespeeld werd, was niet meer beperkt tot de bekende zalen of het jazzcafé, maar vond buiten op straat plaats, in het museum en meest extreem: bij de muzikanten thuis, op hun zolder. | ||
|
|
||