| big band | |
|
|
Louis Armstrong's platen
met zijn Hot Five en Hot Seven worden gezien als de laatste belangrijke
opnamen door kleine bands. De kleinere jazzgroepen maakten plaats voor de
populairdere Big Bands. In eerste instantie was het vooral de blanke
muzikant Paul Whiteman die het geluid van de band en daarmee de jazz veranderde. De
voor de New Orleanssound zo karakteristieke solo-improvisatie werd daarbij vervangen door vooraf bedachte harmonieuze arrangementen. In 1920 had
Whiteman een miljoenensucces met Wang Wang Blues, gevolgd door even
succesvolle nummers als Whispering en Japanese Sandman. Door dit succes
werd Paul Whiteman de King of Jazz genoemd. |
|
De bigbandsound had een grote impact op het publiek. Meest bijzondere aan het geluid was dat er niet veelvuldig gesoleerd werd als tot dan in de New Orleanssound, maar dat hele stukken vooraf vastlagen. Die stukken dienden als basis voor kleine stukken muziek die steeds weer herhaald werden, de zogenaamde rifs. Ze werden niet alleen herhaald door instrumentgroepen, maar ook als het ware heen en weer geslingerd tussen verschillende orkest groepen als de saxofonisten en het koper. Het klonk net als een vraag en antwoordspel en werd dan ook call and respons genoemd. Het zo typische geluid ontstond door grote bezettingen. Een band kon soms wel bestaan uit vier trompetten, vier trombones en vijf saxen, waarbij gedubbeld werd op klarinetten of fluit. De ritmegroep bestond uit bijvoorbeeld contrabas, gitaar, piano en een zeer uitgebreid drumstel. Dat laatste had ook wel een showelement, maar een drumstel met pauken en extra percussie was geen uitzondering. |
|
|
|
Het orkest van Fletcher Henderson kan als voorloper beschouwd worden voor de swingorkesten. Het eerste grote succes voor de swing kwam uit Chicago. Klarinettist Benny Goodman bracht in zijn muziek de improvisatie terug in de bigbandsound, waardoor zijn muziek avontuurlijker werd. Hij was veelvuldig op de radio te horen, met name in het programma Camel Caravan. Het was zo'n succesvol programma dat mensen er voor thuis bleven! Goodman's doorbraak kwam in 1935 toen hij in Los Angeles, in de Palomar Ballroom, moest spelen. Hij wist niet zeker of het publiek in Californië klaar was voor zijn sound en speelde daarom algemeen bekende stukken; het publiek reageerde daar nauwelijks op. Nadat hij zijn eigen werk liet horen werd het publiek zo enthousiast dat mensen in de gangpaden gingen dansen. Door zijn succes werd hij de King of Swing genoemd. Opmerkelijk is dat hij beroemd werd door arrangementen van Fletcher Henderson. Diens bewerking van Jelly Roll Morton's King Porter Stomp in de uitvoering van Benny Goodman werd een van de best verkochte nummers uit deze periode. Andere bekende swingbands waren die van Count Basie, Duke Ellington, Woody Herman, Artie Shaw en Chick Webb. Diens band speelde voornamelijk in de Savoy Ballroom in New York. De zangeres in zijn band was nog een teenager: Ella Fitzgerald. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd vooral de band van Glenn Miller mateloos populair. Hij speelde vooral eenvoudige, pakkende melodiëen. Na de oorlog was het afgelopen met de bigbands. Enerzijds door een opnameban (bedoeld om via auteursrechten geld te vangen voor radio-uitzendingen), anderzijds door de overvloed aan bands met eenzelfde geluid en de afname in creative impulsen daardoor. |