|

Tom Andersons was een van de beroemdste sporting houses. Het lag op de hoek
van Basin en Iberville Streets. Bovenstaande band was daar de huisband.
Bekende namen uit die band: Paul Barbarin (links), Luis Russell (midden) en
Albert Nicholas (rechts). Russell had later een eigen band, met daarin Louis
Armstrong

Riverboat JS

The Original Dixieland Jass Band |
Dat de jazz ontstaan is in
New Orleans wordt
vaak aangenomen, maar feitelijk bewezen is dat nooit. Eenzelfde muziekstijl
was vermoedelijk indertijd ook in andere plaatsen te horen. New Orleans als
basis voor de jazz spreekt wel tot de verbeelding door een aantal zaken.
Niet in het minst door een muzikanten als Jelly Roll Morton, Louis
Armstrong en Sidney Bechet. En wellicht ook door het feit dat de eerste echte
jazzopname van een jazzband was uit... New Orleans. De stad was rijk aan zogenaamde
Marching Bands, (band)resten van de
voormalig militaire besturen die inmiddels een eigen leven waren gaan
leiden. Er was altijd muziek bij feesten en gelegenheden die vaak
buiten plaatsvonden.
New Orleans stond begin vorige eeuw vooral bekend als grote havenstad, met
misdaad, corruptie en vooral veel luchtig vermaak in de vorm van prostitutie
in de zogenaamde sporting houses. De luxere bordelen (vaak was het
niet meer dan een vies schuurtje) konden zich een muzikant veroorloven. Niet
te luidruchtig, dat leidde af, maar een pianospeler, een professor, zorgde voor een passende muzikale omlijsting. Jelly Roll Morton (foto) was zo'n
professor. Pianospelers als onderdeel van vermaak waren ook te vinden in
kroegen, de barrel houses, waar zowel zwart als blank hun armoedig
bestaan wegdronk. De meeste sporting houses waren te vinden in het
rose-district: Storyville De stad bruiste van muziek en verspreidde die naar Chicago en later NEw York
door de vele railroads en verder het land in door de riverboats;
luxe schepen met een scala aan vermaak en dus veel dans en muziek. In 1917 was het gedaan met Storyville. De toenmalige minister van
marinezaken Daniels verbood de marine naar de sporting houses te gaan; de
manschappen hadden teveel last van geslachtsziekten. In zeer korte tijd,
soms spreekt men zelfs van één nacht, werd de buurt een verlaten oord. Met
de prostituees trokken ook de muzikanten en daarmee de jazz naar het
noorden. |
|
De eerste plaat van een
jazzband verschijnt in 1917. Daar was wel iets aan voorafgegaan. Een van de
beste trompettisten van New Orleans, Freddie Keppard, weigerde in 1916 een
opname voor Victor te maken, omdat hij bang was dat andere muzikanten zijn
muziek zouden stelen! Hierdoor wordt de eerste jazzplaat ooit gemaakt door
een blanke band: The Original Dixieland Jass Band. Op 26 februari 1917
worden in de Victorstudio twee nummers opgenomen: Livery Stable Blues
en Dixieland Jass Band One-Step. De plaat verschijnt op 7 maart en is
meteen een succes. Opmerkelijk is dat op 25 september W.C. Handy met zijn
Orchestra of Memphis in New York voor Columbia een eigen interpretatie van
de populaire Livery Stable Blues opneemt. Pikant, omdat Columbia datzelfde
nummer eerder - nog vóór de Victoropname(!) - ook
had opgenomen met The Original Dixieland Jass Band, maar de opname had
afgekeurd... Zeer succesvol is Crazy Blues, een bluesnummer opgenomen in 1920 door
Mammie Smith. De plaat wordt gekocht door een hoofdzakelijk zwart publiek.
Het is genoeg voor de platenmaatschappijen om Race Records te gaan
voeren; opnamen van jazz en blues speciaal voor het zwart publiek. Het
fenomeen Race Music bleef tot 1950 in gebruik,
alhoewel veel zwarte muzikanten toen ook al platen maakten voor de standaard
muziekcatalogi. Na 1950 werd Race Music: Rhythm & Blues, kortweg R&B. De volgende - voor de geschiedenis van de jazz - belangrijke plaatopname
vind plaats in 1922: Kid Ory neemt met zijn orkest Kid Ory's Sunshine
Orchestra
onder de naam
Spikes' Seven Pods of Pepper in Los Angeles twee nummers op: Ory's
Creole Trombone en Society Blues. Het is de eerste officiële
plaatopname door zwarte muzikanten in de New Orleansstijl en wordt door
menigeen beschouwd als de eerste echte jazzplaat. In 1923. op 5 en 6 april, wordt opnieuw geschiedenis geschreven. In The
Gennett Recording Studio (niet meer dan een schuur langs een spoorweg in
Richmond, Indiana) wordt een aantal nummers vastgelegd door King Oliver's
Creole Jazz Band, waaronder Dippermouth Blues. In de band
zitten dan: Louis Armstrong (cornet), Bill Johnson (bas), Baby Dods (drums),
Johnny Dods (klarinet), Honore Dutrey (trombone), Lil Hardin (Louis
Armstrongs toekomstige vrouw-piano) en uiteraard King Oliver zelf (trompet). |

Gennett's Recording Studio
Een Gennett platenlabel van King Oliver
 |